Tibetaanse politieke gevangenen
Waarom zet China Tibetanen om politieke redenen gevangen?
De Chinese regering beschouwt mensen die politieke uitingen doen die niet overeenstemmen met het standpunt van de Partij als een bedreiging voor de staatsveiligheid.
Hoeveel Tibetaanse politieke gevangenen zijn er op dit moment?
Volgens de Executive Commission on China van het Amerikaanse Congres zijn er op dit moment (oktober 2008) meer dan vijfhonderd politieke Tibetaanse gevangenen bekend, maar het daadwerkelijke aantal wordt hoger geschat. De gemiddelde gevangenisstraf voor een politieke gevangene is rond de tien jaar.
Detentie, arrestatie en gevangenschap. Arrestaties en opsluitingen blijven een belangrijk onderdeel van China’s tactiek om de oppositie in Tibet te onderdrukken.
Detentie, arrestatie en gevangenschap
Arrestaties en opsluitingen blijven een belangrijk onderdeel van China’s tactiek om de oppositie in Tibet te onderdrukken. Redenen voor arrestatie kunnen zijn: het produceren van politieke pamfletten, het roepen van ‘reactionaire’ politieke slogans, het uithangen of bezitten van de Tibetaanse vlag, deelname aan demonstraties en het tonen van trouw aan de Dalai Lama. Tibetaanse politieke gevangenen krijgen wrede behandelingen. China gebruikt marteltechnieken als onthouding van voedsel en slaap en eenzame opsluiting.
Rechtszaken
Rechtszaken van politieke gevangenen zijn niet meer dan een officiële herhaling van de beschuldigingen tegen de beklaagde. Politieke rechtszaken zijn niet openbaar en ook onafhankelijke waarnemers worden niet toegelaten. In het Chinese rechtssysteem geldt niet dat een verdachte onschuldig is tot het tegendeel bewezen is. Vaak is de bewijsvoering afhankelijk van informatie die tijdens marteling is verkregen. Onafhankelijke rechtsbijstand bestaat niet en hoger beroep is voor politieke gevangenen weinig zinvol.
Angstklimaat
In september 1987 leidden monniken en nonnen in Lhasa de eerste van een serie protestdemonstraties voor onafhankelijkheid. Na het gewelddadige neerslaan van deze protesten namen de spanningen toe en begon een nieuwe fase in het Tibetaanse verzet. Op 5 maart 1989 werd de staat van beleg ingevoerd door President Hu Jintao, die destijds de Partijsecretaris van de Communistische Partij in de Tibetaanse Autonome Regio was.
Na de beëindiging van de staat van beleg in april 1990 begon de Chinese regering met het invoeren van regels om uitingen van politieke opvattingen beter te kunnen controleren.
China introduceerde in 1994 een nieuw Tibet-beleid dat leidde tot een stringenter intern veiligheidsapparaat, meer arrestaties en langere straffen voor politieke protesten. Ook volgde een verscherping van de controle op kloosters. De autoriteiten eisten van duizenden Tibetanen dat ze loyaliteitsverklaringen aan de Chinese regering aflegden. In scholen werd politiek onderwijs gegeven. De autoriteiten houden nog steeds vast aan dit beleid en richten zich regelmatig op de vervolging van religieuze personen die invloed hebben in de Tibetaanse gemeenschap.
Volgend op een golf protesten die Tibet maart 2008 overspoelden en hard werden neergeslagen is de onderdrukking van de Chinese overheid van vrijheid van meningsuiting en religie opgelopen tot het hoogste niveau van de afgelopen vijfentwintig jaar.

