Religieuze onderdrukking duurt voort
China’s aanval op het Tibetaanse boeddhisme begon met de inval en bezetting van Tibet in 1949. De Internationale Commissie van Juristen rapporteerde in 1959 aan de VN dat ‘de Chinezen vastbesloten zijn om alle hen ter beschikking staande methoden te gebruiken om de religie uit te bannen en te vervangen door de communistische doctrine’. Tijdens de Culturele Revolutie werden bijna alle Tibetaanse kloosters (ruim 6000) vernietigd. Bijna elke beoefening van het geloof werd uitgebannen.
Garandeert China godsdienstvrijheid?
Hoewel de Chinese Grondwet stelt dat burgers godsdienstvrijheid hebben, bepaalt de Communistische Partij wat ‘aanvaardbaar’ religieus gedrag is. Godsdienstbeleving wordt alleen getolereerd als het de rechtsgeldigheid en status van de Partij niet ter discussie stelt.
Is de Tibetaanse kloostergemeenschap in staat om religieuze lessen te krijgen in een klooster?
Tijdens de Culturele Revolutie in de zestiger jaren werden alle religieuze praktijken bestreden, onder meer door de vernietiging van kloosters. Hoewel veel van de grote kloosters zijn herbouwd, wordt het religieuze onderwijs in de kloosters nog steeds door functionarissen van de Communistische Partij gecontroleerd.
China’s aanval op het Tibetaanse boeddhisme begon met de inval en bezetting van Tibet in 1949. De Internationale Commissie van Juristen rapporteerde in 1959 aan de VN dat ‘de Chinezen vastbesloten zijn om alle hen ter beschikking staande methoden te gebruiken om de religie uit te bannen en te vervangen door de Communistische doctrine’. Tijdens de Culturele Revolutie werden bijna alle Tibetaanse kloosters (ruim 6000) vernietigd. Bijna elke beoefening van het geloof werd uitgebannen.
Culturele Revolutie
China’s aanval op het Tibetaanse boeddhisme begon met de inval en bezetting van Tibet in 1949. De Internationale Commissie van Juristen rapporteerde in 1959 aan de VN dat ‘de Chinezen vastbesloten zijn om alle hen ter beschikking staande methoden te gebruiken om de religie uit te bannen en te vervangen door de communistische doctrine’. Tijdens de Culturele Revolutie werden bijna alle Tibetaanse kloosters (ruim 6000) vernietigd. Bijna elke beoefening van het geloof werd uitgebannen.
Een korte periode van liberalisering na 1979 gaf ruimte aan een opleving van de Tibetaanse religie . Dit leidde ook tot het opbloeien van het Tibetaans nationalisme. De Communistische Partij reageerde hierop met een strenger cultureel en religieus beleid. Dit harde beleid geldt tot op de dag van vandaag.
Voortdurende repressie
De communistische partij schrijft strenge regels voor aan monniken en nonnen. Deze regels zijn gericht op het aan banden leggen van godsdienstbeoefening. Zogenaamde ‘work teams’ van de Partij worden naar kloosters gestuurd om een ‘patriottistische heropvoedingscampagne’ te voeren. De Dalai Lama moet daarbij afgezworen worden. Monniken en nonnen die dat niet doen worden uit de kloosters verbannen. Aan de andere kant worden maar weinig nieuwe monniken en nonnen in de kloosters toegelaten. De strenge regels hebben sinds het einde van de jaren tachtig geleid tot een toename van het aantal monniken en nonnen die als politiek vluchteling in India aankomen.
Op dit moment is het vrijwel onmogelijk om een volledige traditionele religieuze opleiding in Tibet te volgen. Een lama mag uitsluitend onderwijs geven met toestemming van het Bureau van Religieuze Zaken van de Chinese autoriteiten. Als gevolg van het toezicht van de Chinese autoriteiten is een klimaat van zelfcensuur en angst ontstaan, waarin Tibetanen slechts heimelijk en in besloten kring uiting geven aan hun geloofsovertuiging en hun loyaliteit aan de Dalai Lama. Een voorbeeld van de manier waarop China controle probeert uit te oefenen over eeuwenoude Tibetaans boeddhistische tradities is de invoering in september 2007 van nieuwe een regel rond de erkenning van hoge lama’s (Tulku’s). Nu is daarvoor toestemming van de Communistische Partij nodig.

